Door redactie op woensdag 13 juni 2018
Jaarlijks komen 1000 studenten uit Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Caribisch deel in Nederland studeren. De meeste kiezen voor economie of rechten. Maar Gabi Ras uit Curaçao niet. Zij studeert Knowledge Engineering aan de Universiteit van Maastricht. Een studie die haar helemaal naar Iran bracht. “Daar is het net zo rommelig als op Curaçao.” Als kind al had Gabi een passie voor science fiction, robots en kunstmatige intelligentie. Haar kennis deed ze op via televisie en internet. “Ik kijk graag naar science fiction films en ik lees er graag over. Een van de mooiste boeken die ik heb gelezen is Space Odyssey, een reeks van vier boeken van Arthur C. Clarke. Het verhaal gaat over een computer die doorgeslagen is en mensen doodt. Kunstmatige intelligentie tegen de mens, dat is wat mij boeit.” Wisselen van studie Gabi kwam in 2010 naar Nederland om te studeren. Eerst deed zij Industrial Design aan de Technische Universiteit Eindhoven. Maar haar passie voor kunstmatige intelligentie bleef. Na het halen van haar eerste jaar wilde ze toch iets anders doen. Het werd Knowledge Engineering. Daar vond ze haar passie. Robots spelen voetbal Tijdens haar studie kreeg Gabi de kans om met robots te werken. Ze kwam terecht in het Dutch NAO Team. NAO is het type robot waarmee ze werkt. “Een robot kan in principe alles,” vertelt ze. “Maar deze robots spelen voetbal. Ik leer mijn robot alles over voetbal.” Team doet mee aan competities Het Dutch NAO Team bestaat uit Bachelor en Master-studenten, die door een senior medewerker worden ondersteund. Het team is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Maastricht, Technische Universiteit Delft en Universiteit van Amsterdam. Het Dutch NAO Team doet mee aan verschillende competities van de Robocup. Robots spelen in 2050 tegen de mens Doel van Robocup is om in 2050 robots voetbal te laten spelen tegen de mens. Robocup organiseert jaarlijks wereldcupwedstrijden. Een keer per jaar organiseert een grote wedstrijd en daarnaast andere wedstrijden. Begin april was er eentje in Iran. Gabi deed ook mee. Ze vond het prachtig om naar Iran te gaan. “Wat ik van Iran vond? Even rommelig als Curaçao,” grapt Gabi. Robots kunnen niet denken Robots programmeren vindt Gabi fantastisch. “Als je een computer in een robot doet, wordt het tastbaar. Het gaat bewegen en de robot doet ook wat jij wilt.” Maar, zegt Gabi: “Jij programmeert steeds een robot. Ze kunnen niet zelf denken. Ze kunnen veel. Op het gebied van schaken bijvoorbeeld kunnen ze de mens al verslaan. Maar in 2050 met voetballen de mens verslaan? Daar is het nog te vroeg voor. “ Gabi is nu bezig met de voorbereiding voor de wereldcup voetbal in Brazilië in juli. Met de robots uiteraard. Voor meer informatie: http://www.dutchnaoteam.nl http://www.robocup.nl Website BAAT013 stopt ermee. Dat heb je hier kunnen lezen. We sluiten af door nog een aantal weken succesvolle artikelen uit het verleden opnieuw te plaatsen. Bovenstaand artikel verscheen dus al eerder op deze site.
Door redactie op woensdag 6 juni 2018
Frank Martinus Arion (1936) is een bekende Curaçaose schrijver, dichter en taalwetenschapper. Hij heeft van 1955 tot 1981 in Nederland gewoond en heeft Nederlandse taal en letterkunde gestudeerd aan de universiteit van Leiden. ‘M’a kai den sneeuw’ Hieronder een gedicht van Frank met de titel “Ma kai den sneeuw”. Een gedicht dat goed past bij de winterse weersomstandigheden van de afgelopen dagen. Het gedicht alsmede de gebruikte Papiamentse tekst en spelling dateren uit de jaren zestig. Ik ben in de sneeuw gevallen Ik ben in de sneeuw gevallen Kun je me niet redden? Val dan neer naast mij En help me huilen. Als je Papiamentu kon spreken Noemde ik je DUSHI Vroeg ik je me met een zoen te redden Maar je kunt niet zwart worden. En ze hebben me gezegd. En ze hebben me bezworen Trouw je met een blanke vrouw Kom je je zwarte land niet meer in. Ik ben in de sneeuw gevallen Kun je me niet redden? Val dan neer naast mij En help me huilen. M’a kai den sneeuw M’a kai den sneeuw Bo n' por sakami? Kai bande mi anto judami jora. Si bo por a papia Papiamentu lo ma jama bo DUSHI pidi bo un sunchi pa sakami ma bo n' por bira pretu. I nan a bisami I nan a hurami: Si bo kasa ku un muhe blanku bo n' por drenta bo tera pretu mas. M’a kai den sneeuw Bo n' por sakami? Kai bande mi anto judami jora. 'M'a kai den sneeuw', in: Frank Martinus Arion, Ta amor so por. Willemstad, Curaçao: Libreria Salas, 1961. Vertaling: Nydia Ecury en Esther Jansma.
Door Carmine Palm op woensdag 23 augustus 2017
Het is een belangrijk jaar voor DJ en producer Menasa. Op Curaçao is hij al een begrip. Nu wil hij om te beginnen Nederland en Europa veroveren en daarna de wereld met zijn Urban Music. Na verschillende optredens in maart stond Menasa in juli op Tomorrowland en in augustus op Solar, twee grote muziekfestivals in Europa. De muzikale carrière van Menasa startte in zijn tienerjaren. Hij stond al jong achter de draaitafel op houseparty’s. Hij werkte samen met bekende namen als Iski, The Party Squad en Brainpower en was het brein achter de Curaçaose rapformatie Immorales en later de groep Tony Montana Music. BAAT’s Carmine Palm sprak met de man achter Menasa, Bryan Palm. Hoe kom je aan de naam Menasa? “Mijn favoriete films in die tijd waren ‘Menace 2 Society’ en ‘Don’t Be a Menace’. Zo kwam ik aan de naam DJ Menace. Maar tijdens optredens sprak het publiek de naam uit als Menasa en dat is altijd zo gebleven.” (Later werd Bryan manager van de groep Tony Montana Music. Tony Montana Music was de hoofdpersonage uit de film ‘Scarface’ uit 1983. Red.) Je bent opgegroeid in de muzikale familie Palm (Bryan is de achterkleinzoon van Albert Palm), waar het een traditie was dat de kinderen een instrument leerden spelen. Maar je koos voor de draaitafel. Waarom? “Op jonge leeftijd keek en luisterde ik naar hip-hop videoclips en muziek. De basis van hip-hop (tegenwoordig Urban music) is DJ-ing, MC-ing en Break dancing. Toen ik 15 jaar was besloten een paar vrienden en ik een DJ groep te beginnen met de naam Spike Sound. We draaiden toen op (privé)feesten en het was heel erg gezellig om mensen te laten dansen. Ook begonnen we te experimenteren met music software en gingen populaire liedjes remixen. Dit alles gebeurde bij mij thuis en zo werd ik behalve DJ ook producer.” Waarom de liefde voor muziek? “Dat is een moeilijke vraag, maar muziek maakt me gewoon blij en ik vergeet alles wanneer ik naar muziek luister. Als kind wilde ik dokter worden maar toen ik eenmaal DJ-ing en het maken van beats ontdekte wilde ik niks anders.” De familie Palm kent veel componisten maar je bent een music producer. Je produceert beats. Zijn er overeenkomsten? “Jazeker. Een componist en een producer is eigenlijk hetzelfde. Als componist schrijf je muziek en als producer maak je muziek. Tegenwoordig wordt muziek digitaal geschreven met computerprogramma’s.” Je muziek bestaat uit een mix van verschillende stijlen zoals bubbling, reggae, reggaeton, zouk merenque etc. Heeft het te maken met je achtergrond dat je zoveel stijlen mixt? “Dat heeft inderdaad te maken met mijn afkomst. Op Curaçao kennen we diverse muzieksoorten. Op een feest wordt van alles gedraaid, vanaf merengue, bachata en salsa tot dancehall, bubbling, hip hop en reggeaton. Muziek voor mij is heel erg breed en wanneer ik muziek produceer is het hetzelfde: heel erg breed.” Gebruik je ook typische Curaçaose muziek? “Ik gebruik altijd Curaçaose muziek in mijn sets. Ik maak mijn eigen remixes en bootlegs van Curaçaose hits om in het buitenland te draaien.” Je hebt gewerkt met grote namen als Basic One, Brainpower, The Party Squad, Brian Dekkers, Enmeris, Mosta Man, Da Ridlaz and Area 51. Wat maakt jouw beat zo speciaal? “Ik doe wat ik voel om te doen. Veel producers maken muziek gericht op een bepaald genre. Ik heb altijd muziek gemaakt op mijn eigen gevoel en ik word geïnspireerd door diverse genres. Wat mijn beat zo speciaal maakt is dat ik altijd probeer een nieuwe sound te creëren en daarnaast laat mijn beat iedereen bewegen, dansen en los gaan.” Je hebt veel producties gemaakt waaronder: “Muñeca”, “El Caballo” and “Nochi Pa Club” met Immorales, “Balor” met Brian Dekkers, “Kliko” met Ivan Soliana, “Heavy” met Uncle Gadz, “Fin Di Siman”, “No Worry” en “Bala” met Tony Montana Music. Waarom werd Bala internationale sensatie? “Ik weet niet precies waarom, maar ik denk dat het te maken heeft met de moderne sounds die ik gebruik heb en doordat het heel erg ‘catchy’ was.” Zoals gezegd ben je als DJ begonnen en maakte je beats. Hoe heb je dat geleerd en ging het je makkelijk af? “Ik heb destijds de software gekregen van een vriend en ging er toen zelf mee aan de slag. Het ging heel snel de juiste kant op. De eerste beat die ik maakte, heb ik gedraaid op een feest. Het was meteen een succes. Iedereen op dat feest begon te dansen en ging er op los.” Je was de oprichter en producer van twee groepen op Curaçao. Immorales en de Tony Montana Music. Daarnaast heb je samengewerkt met verschillende (lokale) artiesten. Nu ga je solo als DJ. Waarom? “Ik heb vanaf het begin als achtergrondproducer gewerkt. Ik vond het niet interessant om als artiest op te treden, maar was tevreden dat mijn beats en producties gedraaid werden op de radio en dat mensen erop los gingen. Op een gegeven moment merkte ik dat het een trend is geworden dat een DJ/producer ook zelf artiest wordt en dan ook zelf als artiest optreedt tijdens het draaien. Dit is een vorm van onafhankelijkheid. Je bent als DJ/producer niet afhankelijk van andere artiesten om een track uit te brengen.” Dus produceren en DJ gaan hand in hand? “Ik blijf beats maken en ik richt me op draaien. Je kan het in de music business NIET maken als je geen producties hebt. Ik heb de kans gekregen om op de grote festivals te draaien omdat ik producties heb. Omdat mijn muziek gedraaid wordt door DJ’s wereldwijd.” Wat onderscheid je als DJ van andere DJ’s? “Wat me uniek maakt is dat ik veel muziek soorten ken en veel muziek soorten kan mixen.” Je hebt je baan als accountmanager bij een verzekeringsbedrijf opgezegd om je volledig te richten op je passie, muziek. Onlangs stond je op Tomorrowland dat wordt gezien als het beste dance festival ter wereld. Wat betekent dat voor je? “Dit betekent meer grote gigs voor me in de toekomst. Het is voor elke DJ een droom om op Tomorrowland te draaien. Ik heb Tomorrowland op mijn DJ CV. Dit is een paspoort om overal te kunnen draaien.” Behalve Tomorrowland heb je ook gedraaid op het Solar festival, ook een outdoor festival. Wat vond je van deze twee festivals? “Het was een uitdaging voor mij, omdat ik nooit op een festival heb gedraaid. Het was een leuke ervaring en ik heb zeker genoten en veel geleerd. Draaien op festivals is heel anders dan draaien in een discotheek of club. De mensen op een festival zijn super hype en willen gewoon vanaf begin tot einde knallen.” Je zegt dat je nooit op een festival heb gespeeld. Hoe heb je je voorbereid? “Ik heb veel Youtube-videos gekeken en aantekningen gemaakt. Ik heb daarnaast ook veel DJ’s gevraagd hoe ze draaien op festivals en wat de aandachtspunten zijn. Alles wat ik heb meegekregen heb ik gebruikt om een goeie set/show in elkaar te zetten en ik ben ervoor gegaan. Het ging super en het kan alleen maar leuker worden in de komende festivals/ optredens.” Hoe ziet de toekomst eruit: Heb je nog meer projecten gepland? “Ik heb dit jaar twee EP’s (mini albums van 4-5 tracks) gemaakt. De EP ‘Black Magic’ is een solo EP. Dus die heb ik alleen gemaakt. De andere EP ‘Otrobanda EP’ heb ik samen met Cesqeaux (een bekende DJ/ Producer uit Groningen) gemaakt en uitgebracht onder het Barong Family label, een door Yellow Claw opgericht platenmaatschappij. Ik werk nu samen met Barong Family. Ik heb elk weekend optredens in Nederland (Eindhoven, Vlissingen, Den Haag, Heerlen, Amsterdam en Stadskanaal). In september ga ik terug naar Curaçao voor verschillende optredens waaronder op het Santa Barbara Vibes Beach festival en het Amnesia festival Curaçao. In oktober ben ik weer in Nederland voor optredens in Nederland en Duitsland en in november in Gran Canaria en Tenerife.” Wil je Menasa volgen? Kijk dan op zijn Facebook pagina en Instagram. Menasa is ook te horen op iTunes en Spotify.
Door Carmine Palm op dinsdag 18 juli 2017
Miep Diekmann, schrijfster van jeugdboeken, is op 9 juli overleden. Maria Hendrika Jozina (Miep) Diekmann is geboren in Assen op 26 januari 1925. Van 1934 tot eind 1938 woonde ze in Willemstad op Curaçao. Haar vader was daar commandant van de militaire politie was. Diekmann schreef zo’n zeventig kinder- en jeugdboeken, waarvoor ze vaak teruggreep op haar eigen jeugdjaren op de Antillen. Ze werd diverse keren bekroond. Voor ‘De boten van Brakkeput’ (1956) kreeg ze de Kinderboekenprijs (de latere Gouden Griffel). En voor ‘Dan ben je nergens’ (1975) meer kreeg Diekmann de Nienke van Hichtum-prijs . Ze schreef de historische roman ‘Marijn bij de lorredraaiers’ (1965) en ‘De dagen van Olim’ (1971) voor de wat oudere jeugd waarin taboeonderwerpen (seks, slavernij) voorkwamen. Maar ze schreef ook veel boeken voor jongere kinderen. In een interview met Erna Staal in het tijdschrift Jaarboek Letterkundig Museum 6 uit 1997 vertelt Miep Diekmann waarom veel van haar boeken over Curaçao gaan: Geen enkel boek over zwarte kinderen “Ik wist al heel vroeg dat ik kinderboeken zou gaan schrijven. Ik zat op Curaçao op een nonnenschool en daar werd ik voor het eerst geconfronteerd met donkere kinderen, want die hadden wij toen helemaal niet in Nederland, in 1934. Ik was ongelofelijk nieuwsgierig en ik las veel, maar er was geen enkel boek over zwarte kinderen te vinden. En je ging aan zo'n kind ook niet vragen, “Zeg, is je grootvader nog slaaf geweest?” Want dat had ik wel eens bij de dienstmeisjes geprobeerd, maar die wilden daar niet over praten. Die wilden zelfs hun eigen taal niet spreken. Ze waren allemaal naar school geweest en het was een soort statussymbool om Nederlands te spreken. Mijn ouders hoefde ik niks te vragen, want die wisten ook niets van zwarte mensen af. Het idee kwam als een soort bliksemflits. Als er geen boeken over zwarte kinderen zijn, ga ík ze wel schrijven, bedacht ik. En van dat idee ben ik feitelijk nooit afgeweken. Maar noem het géén roeping! Het is gewoon ontstaan uit verontwaardiging.” “Eind 1938 gingen we terug naar Nederland. Mijn ouders gingen uit elkaar, scheiden kon niet vanwege het geloof. Ik bleef bij mijn vader. Nadat hij in de oorlog in krijgsgevangenschap was geraakt, woonde ik bij een toeziend voogd.” “Het tweede boek dat verscheen, Panadero pan (1947), is mijn eerste West-Indische boek. Geheel geschreven op mijn herinnering als dertienjarige. Eigenlijk voelde ik toen al dat ik mijn thema had gevonden. Ik zat natuurlijk steeds met een hoop vragen, maar bij wie kon ik te rade? Er was absoluut geen voorbeeld voor mij. Dat heeft in feite nog jaren geduurd.” De boten van Brakkeput “Halverwege de jaren vijftig schreef de Arbeiderspers een wedstrijd uit voor een kinderboek. Daar heb ik De boten van Brakkeput voor geschreven. Ik zag eindelijk een kans om eens iets heel anders te doen en misschien bij een andere uitgeverij terecht te komen. Maar ik kreeg het manuscript terug, met een briefje van Reinold Kuipers dat het helemaal geen kinderboek was en dat het slecht was. Daar zat ik. Ik liet het briefje lezen aan een goede vriend van mij, de letterontwerper Helmut Salden. Die heeft mij vervolgens geïntroduceerd bij Leopold. Daar wilden ze het graag uitgeven, maar ze zeiden wel dat ik met een dergelijk boek nooit geld zou verdienen of naam zou maken. Daar ging het me helemaal niet om. Ik wilde het gewoon publiceren.” “Eigenlijk zou over 1956 een boek van Annie Schmidt bekroond worden als beste kinderboek van het jaar. De eerste winnaar was An Rutgers, de tweede Cor Bruijn, en dus moest de derde wel Annie worden. Zo gaat dat met prijzen, niet? Maar in de jury dat jaar zat Hannie Wolf, hoofd uitleen jeugdboeken in Den Haag en die kwam met mijn boek. Ze zei tegen de jury: “De boten van Brakkeput moeten jullie lezen, dat is echt nieuw!” Toen zijn vier van de vijf juryleden omgegaan. En daarmee had ik die prijs. De boten van Brakkeput werd “beste kinderboek van het jaar 1956”. Padu is gek “Ik had natuurlijk een thema waarbij ik geen concurrentie had. Er was niemand die op mijn manier over zwarte kinderen schreef. Ondertussen was Padu is gek (1957) verschenen. Op het moment dat Leopold nog niet de definitieve beslissing had genomen over Brakkeput, belde mijn oude baas uit Assen op dat hij wel een boek van mij wilde uitgeven. Ik ben bij mijn moeder in Assen in huis gaan zitten en ik heb het verhaal in één keer opgeschreven, in acht dagen en nachten. Van 's ochtends tot 's ochtends vroeg. Met een fles brandewijn op tafel. Mijn moeder zei: “Ik vind het niet erg dat je drinkt, maar wil je het wel uit een glas doen?” Padu verscheen uiteindelijk ook bij Leopold.” “Vervolgens kreeg ik een opdracht van de Koopvaardij. Er moest een boek komen dat meer jongens naar de zeevaart zou trekken. Eerst wilden ze mij een Europese kustreis laten maken, maar ik wilde naar de Antillen om research te doen. Na wat heen en weer gepraat regelde ik dat ik daarheen kon. De Stichting voor Culturele Samenwerking tussen Nederland, Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen (Sticusa) in Amsterdam regelde mijn daggeld, als tegenprestatie hield ik lezingen. En voor de Koopvaardij schreef ik Driemaal is scheepsrecht (1960). Maar eíndelijk kon ik onderzoek plegen, kon ik kijken of het allemaal wel klopte wat ik had opgeschreven. Ik was ondertussen drieëndertig, dus er zat al twintig jaar tussen mijn herinnering en het schrijven van die Antilliaanse boeken.” Gewoon een straatje “Op de Antillen heb ik een opzet gemaakt voor Gewoon een straatje (1959), de personages zijn allemaal geïnspireerd door bestaande kinderen. Tijdens de terugreis aan boord heb ik de verzamelde gegevens uitgewerkt. Als je die drie boeken in chronologische volgorde leest, Brakkeput, Padu en Een straatje, zie je dat ieder boek steeds een beetje Antilliaanser is geworden.”
Door redactie op woensdag 1 maart 2017
Het carnavalsfeest is weer voorbij en de tijd van vasten en bezinning breekt aan. Hopelijk ook voor de politiek op Curaçao. De klap die MFK- Statenlid Jacinta Constancia uitdeelde dreunt nog na in de Curaçaose samenleving. Hier zijn geen woorden voor. Behalve een kwatrijn van Cola Debrot (1902-1981). Droevig eiland droevig volk, dichtte Cola Debrot over Curaçao, eind jaren zestig vorige eeuw, toen de opstand op 30 mei uitbrak en Willemstad afbrandde. Droevig eiland zonder tolk. Helaas geldt dit nog steeds voor het politieke klimaat waarin bedreiging en intimidatie niet worden geschuwd.   Droevig eiland droevig volk droevig eiland in de kolk van de maalstroom van de maalstroom droevig eiland zonder tolk (Curaçao, december 1969)
Door redactie op woensdag 2 november 2016
Helemaal naar de Antillen voor een theatervoorstelling in het Papiaments? Dat hoeft niet meer. Tegenwoordig kun je ook in Nederland genieten van een avondje theater helemaal in het Papiaments. Voor zover bekend zijn drie theaterstukken volledig in het Papiaments gemaakt. Makamba Pretu, Atrako den Chino en De Naakte Antilliaan. Alle drie zijn geschreven en geregisseerd door het Huis van Asporaat. Huis van Asporaat Het Huis van Asporaat (HHVA) is het productiebedrijf van Jandino Asporaat, Kenneth Asporaat en Tony Santos. Het bedrijf produceert onder andere films, televisieprogramma’s en theatervoorstellingen. Jandino Jullian Asporaat (Willemstad Curaçao, 9 januari 1981) is een Nederlands presentator en stand-upcomedian van Curaçaose afkomst. Vooral bekend van de Dino Show en de talkshow Dino. Makamba Pretu Makamba Pretu is een komische theaterstuk, geschreven en geregisseerd door de broers Kenneth en Jandino Asporaat. Makamba Pretu, letterlijk vertaald Zwarte Nederlander, vertelt de waargebeurde verhalen van de vijf acteurs tijdens hun verblijf in Nederland. Het land van villa’s, luxe auto’s en gouden bergen. Maar niets is minder waar, wanneer zij erachter komen dat ongeopende blauwe enveloppen kunnen leiden tot deurwaarders en uitkeringen niet hoog genoeg zijn voor dure auto’s en merkkleding. Wie houdt de schijn hoog en wie is eerlijk? Daar komen zij achter wanneer ze besluiten om samen op vakantie te gaan naar hun thuisland Curaçao. De reis wordt nog ingewikkelder als er een persoon besluit mee te gaan, die niet uitgenodigd is. De voorstellingen van Makamba Pretu waren tot eind 2015 in Nederland te zien. Atrako den Chino Buiten is het 35 graden. Vijf mensen worden gegijzeld in een ‘Chino’. Wanneer de gijzelaar besluit om de bezittingen van de gegijzelden in te nemen, breekt de hel los. Niemand komt aan de spullen van een Antilliaan! Wanneer de airco het ook nog eens begeeft, moet de gijzelaar een keuze maken. Houdt hij zijn bivakmuts op of doet hij hem af? Dit is het startsein voor een hoop hilariteit. Atrako den Chino is geschreven en geregisseerd door de broers Asporaat van Het Huis van Asporaat. Speeldata: 4-11-2016 Theater Zuidplein, Rotterdam. Aanvang: 20.00 uur. 5-11-2016 Theater Zuidplein, Rotterdam. Aanvang: 20.00 uur. 11-11-2016 Dakota Theater, Den Haag. Aanvang: 20.15 uur. 12-11-2016 De Meervaart, Amsterdam. Aanvang: 20.30 uur. De Naakte Antilliaan De Naakte Antilliaan is het aangrijpende levensverhaal (zie ook het boek; de Naakte Antilliaan) van de Rotterdamse storyteller Archell Thompson. Een taboedoorbrekende solo die je de mond snoert, maar ook uitlokt tot lachen. Je zit op een bankje voor het gerechtsgebouw. Over een paar minuten komt je ex-zwager naar buiten. Hij heeft zojuist terechtgestaan voor de moord op je vader. Voor de ogen van jouw moeder, broertjes en zusjes heeft hij in koelen bloede een eind aan zijn leven gemaakt. In je hand voel je je pistool zitten. Klaar voor actie. Dit is het allerlaatste moment dat je terug kan. Gevoelskunstenaar Archell Thompson zat op dat bankje. Nu is hij 41 jaar. In zijn jeugd wordt hij mishandeld. Raakt op het verkeerde pad en dwaalt zo ver af dat hij klaarstaat een moord te begaan. Totdat hij in contact komt met creatieve duizendpoot Jandino Asporaat en deze hem overhaalt zijn verhaal te vertellen. Op het podium: rauw, eerlijk en zonder enige schaamte. Speeldata: 3-11-2016 Isala Theater, Capelle a/d IJssel. Aanvang: 20.30 uur. 17-11-2016 Theater Het Oude Raadhuis, Hoofddorp. Aanvang: 20.30 uur. 26-11-2016 Theater Zuidplein, Rotterdam. Aanvang: 20.15 uur.
Door redactie op woensdag 15 juni 2016
Nydia Maria Enrica Ecury (1926-2012) werd op 2 februari 1926 op Aruba geboren uit een donkere vader en een blanke moeder. Op haar dertigste (1957) ging zij op Curaçao wonen, waar zij op 2 maart 2012 overleed. Aanvankelijk was zij actief in het onderwijs als leraar Engels en Papiaments en werkzaam bij het Departement van Onderwijs. Nydia Ecury maakte naam aan het toneel als mede-oprichtster van de toneelgroep Thalia, als actrice en regisseuse en vooral als cabaretière met haar ‘one woman show’ Luna di papel (papieren maan). Debuut als dichter Als dichter debuteerde zij tamelijk laat, in 1972. Zij publiceerde in het Papiaments. Alleen haar vierde bundel kwam tweetalig uit in het Papiaments en het Engels. In totaal bracht zij vijf dichtbundels uit: Tres rosea (drie ademtochten) uit 1972; Sekura (droogte) uit 1974 ; Bos di sanger (stem van het bloed) uit 1976; Na mi kurason mará (aan mijn hart verknocht) uit 1978 en Kantika pa mama tera (Lied voor moeder aarde) uit 1984. Veelzijdige afstamming In februari 1976 publiceerde zij de bundel Bos di sanger, met daarin het gedicht Bos di sanger. In dit dicht is de dichteres zich bewust geworden van haar veelzijdige afstamming. Bos di sanger Den mi soño spiritu di mi wela ta supla den mi orea: 'Bo sanger ta mas diki ku di tur...' i den anochi skur mi ta hañami ta karga fligí ku un soledat intenso e Tumba inmenso di tur mi antepasadonan Bos di Sanger, papia kla Ki tur e kosnan aki ta nifika? Boso tin pa mi un tarea un mishón wardá? T'ami ta Eslabon ku mesté sigui uni Generashon? T'ami tin di mantene un Tradishon k'a origina den selvanan di Afrika o nasí foi den mondongo di sabana na Bushiribana? Ta mi sanger Alemán ta yora morto di mi ruman o ta e indomitabel Israel den mi ta kanta melodía di Davíd? Bos di Sanger, papia kla Mi n' ta dotá ku profundidat pa interpretá parábola Sinembargo, den tur sinseridat mi ke kumpli ku bo enkargo Bos di Sanger, papia! Papia kla! Van: Nydia Ecury. Uit: Bos di sanger. Willemstad, Kòrsou, 1976. Stem van mijn bloed In mijn dromen fluistert mijn grootmoeders geest: 'Jouw bloed is dik' en in het aardedonker, belaagd door een intense eenzaamheid, merk ik dat ik de immense tombe van mijn voorouders draag. Spreek duidelijk, stem van mijn bloed. Wat betekent dit? Is er een taak, een missie voor me weggelegd? Ben ik de schakel die de generaties moet verbinden? Roep je mij uit tot drager van een traditie die wortelt in de oerwouden van Afrika of ontstond uit de ingewanden van de steppe in Bushiribana? Is het mijn Duitse bloed dat rouwt om mijn broer of de ontembare Israëliet in mij die Davids melodieën zingt? Spreek duidelijk, stem van mijn bloed. Parabelen begrijp ik niet. Eerlijk: ik wil me voegen naar je wensen. Stem van mijn bloed, spreek harder. Harder! Vertaling: Nydia Ecury en Esther Jansma.
Door Carmon op woensdag 8 juni 2016
BAAT 013 blijft aandacht besteden aan spreekwoorden en gezegden in het Papiaments. Deze spreekwoorden en gezegden zijn vanuit het leven gegrepen en steeds meer jongeren hebben er belangstelling voor. Hieronder volgen een paar grappige voorbeelden waarbij de Papiamentse uitdrukking vetgedrukt wordt weergeven met daaronder het Nederlandse equivalent of omschrijving. Hoewel het Papiaments maar in een klein taalgebied wordt gesproken is aan onderstaande spreekwoorden en gezegden te zien met hoeveel creativiteit, humor en liefde deze taal zich heeft weten te ontwikkelen en te handhaven. Loke ta hechu no por bira bèrdè mas   Gedane zaken nemen geen keer. E parse hende ku a drnmi fuma lanta burachi   Hij is volledig de kluts kwijt Si bo kuchara kibra, bo tin ku kome ku bo man Pa falta di un stul e ta sinta riba tres piedra Pa falta di kachó bo ta bai mondi ku pushi   Men moet roeien met de riemen die men heeft Chinchirinchi ta warda bientu supla pa e bula   Met alle winden mee waaien Djandja mi pa mi djandja bo   Voor wat, hoort wat. De ene dienst is de andere waard Kada porko tin su djasabra.   Boontje komt om zijn loontje. Alegria i doló semper ta kana pareu   Geluk en ongeluk wonen onder één dak Ora tin mal tempu, kua porta ku barku haňa abrí e ta drenta   Nood breekt wet(ten) Bo no por kome karne, nenga wesu   Wie de lusten wil, moet ook de lasten dragen Si balki di kas kai, kas ta pèrdè forsa   Als het hoofd van het gezin sterft, valt het gezin uit elkaar Si boyo tin manteka, su kaska ta lombra   Wie het breed heeft, laat het breed hangen Konènchi ta skonde su kabes, ma no su kurpa   Z’n kop in het zand steken Ora bo man ta den boka di kachó, bo meste hila fini Ora bo ta bou di palu, bo meste wanta kaka di para Ora bo ta riba buriku, bo meste want’e kokobiá   Als men van iemand afhankelijk is moet men veel van hem verdragen E ta manera plateis   Hij hangt aan je als klis Spanta mankarón pa balente kohe kurpa   De stoere bink uithangen Mas bal maňa ku forsa   Wie niet sterk is moet slim zijn E ta floho manera kaka di mardugá   Hij is aartslui Mas lana un kachó tin, mas pieu (pruga) e tin   Hoge bomen vangen veel wind Bo a kohe mi kachó, mi ta kohe bo pushi   Iemand met gelijke munt betalen Si sumpiňa hinkabo, bo mes a bai kaminda e ta   Dan moet je maar op je blaren gaan zitten   Eigen schuld, dikke bult Semper pone bo sombré kaminda bo man por koh’e   Men moet niet verder springen dan zijn (pols)stok lang is Ratón ta chikitu, ma tòg e por spanta un pushi   Men moet niemand onderschatten Si oloshi keda para, tempu si ta sigui kana   De wereld draait door Niun barí no por fangu tur awa di shelu   Je kunt in je eentje niet alle problemen van de wereld oplossen No gasta tempu i awa ku palu ku no ta duna fruta   Geen tijd en energie steken in zaken of personen waar je niet wijzer van wordt Tin strea ku no tin nòmber   Niet iedereen krijgt de waardering die hij/zij verdient Si warawara bai tras di tur kiw, su yiunan ta muri di hamber   Je moet niet alles wat je hoort geloven Si bo no ke blachi den kurá, no planta palu   Je moet problemen niet zelf opzoeken Zie ook: Uitdrukkingen en gezegden in het Papiaments deel 1 en deel 2
Door Carmine Palm op woensdag 1 juni 2016
Het Antilliaanse ‘kaha di orgel' of kortweg ‘ka’i orgel’ levert al heel lang een belangrijke bijdrage aan de muziek op Curaçao en Aruba. Dit instrument verdient in alle opzichten onze waardering. Het kaha di orgel is een instrument dat een ritmisch geluid maakt. In het orgel zit een cilinder met pinnetjes die op hamertjes slaan, net zoals bij een piano. Met behulp van een zwengel gaat de cilinder ronddraaien. Dit orgel wordt ook een straatpiano of cilinderpiano genoemd. Twee man Het ka’i orgel wordt begeleidt door de ’ wiri’. De wiri is een nikkelstalen pijp met een soort staafje dat er overheen gehaald wordt. Het lijkt op een ijzeren rasp. En zo bestaat het kaha di orgel-ensemble uit het orgel zelf, de persoon die de zwengel ronddraait, en de persoon die de wiri (metalen rasp) bespeelt. Zonder de wiri is de muziek van het ‘ka'i orgel’ niet af. Geschiedenis De oorsprong van dit orgel ligt vermoedelijk in Italië. Helaas is de geschiedenis nooit gedocumenteerd. Italiaanse migranten namen eind 18e, begin 19e eeuw een draagbare straatpiano naar Engeland. Waarschijnlijk leerde een pianomaker dit instrument kennen en ontwierp een eigen versie. Hoe dan ook, het is een feit dat de Engelsman Joseph Hicks, die in de jaren 1805 tot 1850 veel van deze cilinderpiano’s produceerde, genoemd wordt als de uitvinder van het ka’i orgel. Van Venezuela naar Curaçao De straatpiano belandde via Italiaanse migranten in Barquisimeto in Venezuela. Via Venezuela kwam het instrument naar Curaçao. Deze instrumenten speelden uiteraard Spaanse en Italiaanse melodieën. Het duurde echter niet lang voordat muzikanten uit Curaçao het geheim van het ka’i orgel ontdekten. Familie Sprock De pionier van het Antilliaanse ka’i orgel is Horatio Jules Sprock (1866-1949). Horatio ging als jongeman naar Venezuela en leerde van een Italiaan de kneepjes van het vak. Samen met zijn broer Jean Louis, die erg muzikaal was, leerde hij in Venezuela hoe de door hen gecomponeerde dansmuziek over te brengen op de rollen. Op Curaçao zette de familie Sprock een eigen werkplaats op. Jarenlang was het bouwen en componeren een familiegeheim, totdat Otto Sprock besloot om de kennis over te dragen aan de musicus Edgar Palm. Er is een straat in Brievengat (een wijk op Curaçao) met de naam: Kaya Horatio Sprock. Tingilingi box Tot ongeveer 1940 verzorgde Curaçao de ka’i orgels voor alle Antilliaanse eilanden. In die tijd begon Rufo Wever op Aruba zijn eigen ka’i orgel bedrijf. Dit bedrijf heeft hij tot aan zijn overlijden voortgezet. Vóór die tijd moest men uit Aruba voor nieuwe cilinders of andere onderdelen steeds met de boot naar Curaçao, met het gevolg dat er nogal wat kapot ging. Rufo Wever werd erg bedreven op het orgel gebied. Op Aruba is het ka’i orgel ook bekend als tingilingi box. Het duurde niet lang voordat Aruba’s eigen muziek op de cilinders werden opgenomen. Deftige feesten van welgestelden Het ka’i orgel klonk eind 19e eeuw, begin 20e eeuw eerst alleen op de deftige feesten in de salons van de welgestelden. Het welluidende kastje werd spoedig daarna als een kostbare vracht met een karretje naar het platteland vervoerd om dienst te doen bij feesten bij mensen thuis of bij de talrijke picknicks van die tijd. En zo kreeg het daarna ook de functie van straatinstrument. De klanken van het ka’i orgel zijn nog steeds onmisbaar bij doopfeesten, communiefeesten, verjaardagen, op straat en culturele activiteiten, zoals in de week van cultuur op Curaçao. Overdracht kennis Op Curaçao zijn veel initiatieven genomen om de kennis van het herstellen en vernieuwen van de cilinders te garanderen. Het levende culturele erfgoed op de eilanden heeft een toekomst. In de jaren tachtig verzorgde Edgar Palm cursussen en in de jaren negentig werden onder leiding van Serapio Pinedo op Landhuis Kenepa lessen gegeven. De laatste jaren organiseert Kas di Kultura cursussen door de Arubaan Alfonso 'Buchi’ Boekhoudt. Nog springlevend Het kaha di orgel speelt nog steeds een belangrijke rol in de muziek op de Antillen. En zoals het ka’i orgel qua melodie als ritme zo’n honderd jaar geleden klonk, zo klinkt zij nog steeds. Het is alsof de tijd is stil blijven staan. De bepaalde stijlen van de Antilliaanse muziek konden hierdoor voor lange tijd intact bewaard blijven. Daarom verdient dit instrument onze waardering.
Door Carmine Palm op woensdag 25 mei 2016
Op 31 mei staat Het Concertgebouw in Amsterdam in het teken van Jacobo ‘Coco’ Palm en zijn familie en Rudy Plaate. Tijdens “Classic & Popular Compositions from Curaçao – The works of composers of the Palm Family and Rudy Plaate” brengen diverse artiesten onder begeleiding van het Metropole Orkest onder leiding van Maurice Luttikhuis, een muzikaal eerbetoon aan deze Curaçaose componisten. Baat brengt in twee artikelen een kort portret van Rudy Plaate en Jacobo Palm. De veelzijdige musicus en componist Jacobo José Maria Palm werd op 28 november 1887 geboren op Curaçao. Jacobo Palm begon op achtjarige leeftijd met het nemen van fluitlessen bij zijn grootvader, de Curaçaose musicus en componist Jan Gerard Palm (1831-1906). Jacobo leerde vervolgens op dertienjarige leeftijd klarinet en op veertienjarige leeftijd piano spelen. Ook kreeg hij van Jan Gerard Palm onderricht in algemene muziekleer, harmonieleer en compositie en legde hij zich toe op vioolspel. Jacobo Palm was verbonden als muziekdocent aan het Colegio San Tomás in Willemstad en het Colegio del Sagrado Corazón (Welgelegen) te Habaai. Beide opleidingsinstituten hadden internationaal een bijzonder goede naam. Veel gegoede families uit Latijns- Amerika stuurden hun kinderen voor verdere opleiding naar één van beide instituten, waar muziekonderwijs een speciaal onderdeel uitmaakte van het onderwijsprogramma. Ook als privédocent heeft Palm een groot aantal leerlingen onderricht gegeven in muziek. Naast doceren, ondernam Jacobo Palm een scala aan activiteiten op muzikaal gebied. Zo was hij concertmeester van het Curaçaosch Philharmonisch orkest en speelde hij altviool in het derde Curaçaos strijkkwartet dat verder bestond uit Carl Fensohn (1ste viool), Charles Debrot (2de viool) en Rudolph Boskaljon (cello). Daarnaast was hij gedurende meer dan 50 jaar organist van de St.- Anna basiliek. Hij was bijzonder geliefd om de improvisaties die hij vóór en na de kerkdienst op het orgel speelde. Het dagblad de Amigoe di Curaçao typeerde in 1957 zijn improvisatietalent en orgelspel als ‘onevenaarbaar’. Palm stond verder bekend als een virtuoos pianist. Als solist heeft hij diverse pianoconcerten gegeven. Ook heeft hij aan de vleugel vele internationaal bekende solisten begeleid. Jacobo Palm maakte ook naam als componist. Door zijn dichterlijke schriftuur van de Curaçaose wals en de meesterlijke wijze waarop hij deze wist te vertolken stond hij in zijn tijd bekend als de Walsenkoning van Curaçao. Behalve talrijke walsen, danza’s, mazurka’s, pasillo’s, tango’s, polka’s, tumba’s en marsen, heeft hij ook kerkliederen en profane liederen gecomponeerd. Van diverse van zijn composities zijn opnamen gemaakt. De allereerste grammofoonopname vond plaats in 1929 in New York en werd uitgebracht onder het platenlabel Brunswick. Jacobo Palm was getrouwd met Elisa Palm-Snijders en overleed op 1 juli 1982. Voor zijn cultureel aandeel gedurende zijn muzikale leven, heeft hij verscheidene onderscheidingen ontvangen waaronder: 1933 de eremedaille “Pro Ecclesia et Pontifice”, in 1957 de ridderorde van de H. Silvester, in 1981 de Cola Debrotprijs en in 1982 werd hij benoemd tot Officier in de orde van Oranje-Nassau. In 1982 werd er ook een buste van hem onthuld. Deze buste is te zien in het Curaçaos museum. In 1989 kwam een postzegel met zijn beeltenis uit. Meer weten over de familie Palm? Kijk op http://www.palmstichting.nl Tekst: Johannes I.M. Halman, Tim de Wolf. Dit stuk is eerder verschenen in het muziekboekje bij de CD pianowerken van Jacobo Palm, uitgegeven door Stichting Palm Music Foundation (www.palmmusicfoundation.com)